Burger Service Nummer
Een van de vernieuwingen van de LBZ is de toevoeging van het Burger Service Nummer (BSN). De huidige LMR is een gevalsregistratie: er wordt informatie per opname vastgelegd, maar het zorggebruik van patiënten dat verdeeld is over meerdere tijdstippen kan moeilijk uit de LMR worden gehaald.
De LBZ wordt door de registratie van het BSN een patiëntenregistratie. Patiënten kunnen worden onderscheiden en in de tijd gevolgd. Hierdoor kan de LBZ meer inzicht bieden in bepaalde aspecten van de kwaliteit van zorg, bijvoorbeeld of de follow-up van patiënten plaats vindt conform de aanbevelingen in de richtlijnen. Daarnaast kunnen patiëntenstromen tussen ziekenhuizen beter gevolgd worden, hetgeen nuttige stuurinformatie voor ziekenhuizen kan opleveren.
Door registratie van het BSN nemen ook de mogelijkheden toe om de LBZ te koppelen aan andere databestanden, en daarmee om de LBZ te verrijken zonder dat dit extra registratielast voor de ziekenhuizen geeft.
Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) stelt in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) regels voor het vastleggen en gebruik van persoonsgegevens. Het BSN zelf mag in principe niet worden opgenomen in registraties die buiten het ziekenhuis worden gehouden. Het CBP meldt dat het BSN wel in gepseudonimiseerde vorm opgenomen mag worden in registraties die buiten de ziekenhuizen worden gehouden
Door de pseudonimisatie wordt het BSN op een zodanige manier versleuteld dat het gepseudonimiseerde BSN niet meer herleidbaar is tot de persoon zelf, maar dat in registraties wel gevolgd kan worden welke gegevens over zorggebruik bij eenzelfde persoon horen. Voor de pseudonimisatie van privacygevoelige gegevens is een Trusted Third Party vereist als intermediair. Het instrument pseudonimisatie wordt ingezet in de LMR en de LBZ om een patiëntenregistratie te kunnen realiseren. Ziekenhuizen wordt gevraagd om vanaf 01-01-2011 een gepseudonimiseerd BSN aan te leveren aan de LMR en LBZ.
In opdracht van Dutch Hospital Data heeft ZorgTTP een vooronderzoek uitgevoerd naar de toepasbaarheid van pseudonimisatie binnen de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ). Het vooronderzoek geeft een modelmatige beschrijving van het gebruik van pseudoniemen binnen de LBZ.
Het volledige rapport kunt u hier downloaden.
Pseudonimisatie LMR gegevens niet geraakt door ‘Diginotar-affaire’
DHD maakt voor de pseudonimisatie van de LMR gegevens gebruik van de diensten van ZorgTTP.
ZorgTTP maakt binnen haar pseudonimisering software gebruik van sleutelcertificaten van DigiNotar, maar de verbindingen tussen zorgaanbieder, ZorgTTP en DHD (/Tieto) zijn beveiligd met SSL-certificaten van Verisign.
De Verisign certificaten staan niet ter discussie.
Daarnaast zorgen ook de structuur en additionele autorisaties binnen de pseudonimisatiediensten van ZorgTTP ervoor, dat de vertrouwelijkheid van de LMR gegevens niet in het geding is. De pseudonimisatie van de LMR gegevens wordt dus niet geraakt door de ‘Diginotar-affaire’.
Zie voor meer informatie www.zorgttp.nl.

